Het verhaal van de zionistische verzet beweging

Het verhaal van de zionistische verzetsbeweging in Nederland begint in de zomer van 1942 wanneer op 15 juli 1942 de nazi's de laatste fase van de vernietiging van het Nederlandse jodendom in werking stellen.

De Joden zijn geconcentreerd in het doorgangskamp in Westerbork en van daaruit worden ze oostwaarts naar de vernietigingskampen in Polen vervoerd.

In diezelfde tijd verblijven 49 jongens en meisjes in een instelling van de Jeugd Aliya in Loosdrecht in Nederland.

Deze instelling in Loosdrecht werd opgericht met het doel jeugd uit Duitsland te laten ontvluchten na de gebeurtenissen van de Kristalnacht in Duitsland in November 1938 en ze in Loosdrecht klaar te maken voor hun Aliya.

Begin Augustus 1942 werd het de leiders van deze organisatie duidelijk dat de Duitsers hadden besloten het instituut in Loosdrecht op te heffen.

Miriam Waterman en Menachem Pinkhof, leiders van dit instituut ,treden in contact met Joop Westerweel, een Christen-anarchist, directeur van een school in Rotterdam, bekend om zijn verzet tegen-geweld in het algemeen, maar vooral tegen de Duitse bezetting. Zij roepen zijn hulp in om te helpen bij het redden van de jongeren.

Joop, ondanks dat hij een vader van drie kinderen was en de vierde “onderweg”, was getrouwd met Wil. Hij zette zich onmiddellijk in om de Loosdrechtse kinderen te laten onderduiken. Hij betrekt hierbij zijn vrienden en een deel van het personeel van de school waar hij aan het hoofd staat, maar ook andere Nederlands-christelijke gezinnen.

Binnen zes dagen, tussen 10 augustus en 16 juli, worden de bewoners van Loosdrecht overgebracht naar onderduikadressen.

Ongeveer 20 christelijke leden gingen met Joop samen werken, evenveel als de Joodse leden, van wie de meesten lid waren van de Hechalutz-organisatie. Hiermee begint de activiteit van de zionistische ondergrondse organisatie in Nederland.

Het verzet, onder leiding van Joop en geïnspireerd door hem, heeft als principe geweldloosheid en pacifisme, en de leden die meehelpen om Joden te redden, zijn gebaseerd op het principe van het niet dragen van een wapen noch het gebruik ervan.

Ruim drie jaar, tot de definitieve bevrijding van Nederland op 9 Mei1945, is de organisatie actief in het ondergrondse verzet geweest en heeft gedurende die periode tientallen joden kunnen laten onderduiken in Christelijk gezinnen om zo te voorkomen dat ze getransporteerd zouden worden naar Westerbork, ze zorgden voor de voedselbonnen en een gedeelte van de onderduikers konden op verschillende manieren via België, Frankrijk en de Pyreneeën, Spanje bereiken..

Veel leden worden gepakt door de nazi's en sommigen worden geëxecuteerd, evenals Joop Westerweel, die op 11 augustus 1944 werd geëxecuteerd.

Met de beslissing de titel van "Rechtvaardigen onder de Volkeren" toe te kennen worden de Nederlandse christelijke leden van de zionistische baanbrekende ondergrondse groep onder de eersten gerekend die deze titel hebben gekregen en een boom hebben gepland op de Boulevard der Rechtvaardigen.